Hoe werkt de spijsvertering van een hond?

Doel van de spijsvertering is het onttrekken van voedingstoffen uit voer welke door het lichaam kunnen worden opgenomen.  Om te begrijpen hoe voeding ‘werkt” bij een hond geven we hier een beknopte uitleg. We volgen de weg die het voer in de spijsvertering van de hond doorloopt.

  • Slikken
  • Maag
  • Organen (lever, nieren, alvleesklier)
  • Darmen
  • Poepen

Slikken

Mensen kauwen voedsel in hun mond waarbij het speeksel begint met het verteerbaar maken van het voedsel.  Bij een hond zijn de tanden er  om het voedsel tot “hapklare brokken” of beter “slikbare stukken” te maken. Speeksel en kwijl zijn vooral het glijmiddel voor de slokdarm en hebben beduidend minder functie als voorbereiding op de vertering.  ''Smaak' speelt bij honden een veel kleinere rol dan bij mensen, een hond is meer van de "reuk".

Maag

Via de slokdarm komt het voedsel uit in de maag. De maag van een hond is vergeleken met mensen relatief groot. Een hond kan daarmee snel zoveel mogelijk van een prooi tot zich nemen.  Het maagzuur van honden is veel sterker dan dat van mensen waardoor honden veel meer dingen zonder problemen kunnen verwerken. Een hond ondervind in zijn maag dan ook geen hinder van zand, botjes, stukjes hout of zelfs plastics en andere minder voedzame stoffen. In het sterke maagzuur van de hond lossen deze stoffen doorgaans op. Als vaste stof na 4 tot 12 uur is verworden tot een brei gaat het door naar de dunnedarm.  

Dunne darm 

De darmen van honden zijn veel korter dan bij mensen; een hond verteerd voedsel in de darmen beduidend sneller. Bij spijsvertering is een gebalanceerde darmflora (het geheel van maag en darmsappen) belangrijk. De bacteriën in de maag en darmen breken namelijk het voedsel af en zetten het om totdat het via de dunne-darmwand kan worden opgenomen in het bloed.  

Terwijl het maagzuur van de hond veel sterker is, is de darmflora van een hond juist veel kwetsbaarder dan bij mensen en moet deze doorlopend worden “onderhouden”. Er wordt gezegd dat wolven bij het verschalken van een prooi, zich daarom altijd eerst op de ingewanden storten. De daar aanwezige sappen en bacteriën zouden ten goede komen aan hun eigen darmflora. 

Organen

De alvleesklier, nieren en lever hebben meerdere complexe functies in het lichaam. De alvleesklier produceert voor de spijsvertering o.a. enzymen die nodig zijn om het voedsel in de darmen om te zetten in voedingstoffen die door het bloed kunnen worden opgenomen. De lever ontdoet de door het bloed opgenomen voedingstoffen vervolgens van eventuele schadelijke stoffen voordat ze worden omgezet in door het lichaam op te nemen eiwitten. De lever maakt ook gal aan dat weer nodig is om vetten af te breken tot bruikbare voedingstoffen. De nieren regelen de vocht en zout balans in het lichaam en filteren overtollige afvalstoffen uit het bloed. Deze afvalstoffen worden dan via urine uitgescheiden.

Al deze organen zijn goed in staat om afvalstoffen te verwerken maar kunnen in bepaalde situaties overbelast raken. Te veel vetten kunnen bijvoorbeeld leiden tot problemen met de lever, te veel zouten kunnen leiden tot nierproblemen. 

Poepen 

Vanuit de dunne darm komen de niet verteerde restanten in de dikke darm.  Niet verteerde koolhydraten (zoals het zetmeel uit granen) zorgen voor de noodzakelijke samentrekkingen en knedende bewegingen van de dikke darm.  Via de endeldarm wordt uiteindelijk het residu van het hele spijsverteringsproces uitgepoept.

 

Problemen

Veel voorkomende problemen bij honden zijn terug te herleiden tot verstoring van het spijsverteringsproces en kunnen relatief eenvoudig, zonder hoge dierenartskosten, worden opgelost. Natuurvoeding voor dieren zal je hier graag bij helpen. Lees meer. 

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »